Gevederde bewoners van het Bos

Wie het Duyls Bos kent weet dat het een natuurparadijsje is, zeker voor vogels, met zijn vele bomen en haast 40 nestkasten. We wisten wel dat er veel verschillende vogels leven en rondvliegen,  maar wilden wel eens een inventarisatie van welke vogels er zoal broeden om en nabij het Bos. Gelukkig hebben we Adrie, een nieuwe vrijwilligster die vogelkenner is en zij heeft intussen diverse inventarisatierondes gemaakt, waarbij ze goed luistert naar de zang en dan de betreffende vogel op de plattegrond van het Bos intekent.

Adrie vertelt: “De mooiste zang klinkt tijdens het broedseizoen een uur voor zonsopkomst. Een broedvogel opsporen is niet moeilijk, met wat oefening herken je vogels op hun uiterlijk en gedrag, maar ook op hun specifieke zang. Meneer vogel lokt met zijn zang mevrouw vogel en zodra er huisvesting is gevonden beschermt de heer des huizes hun territorium met zijn gezang en gaat het echtpaar aan nageslacht werken. Als je de zang van de vogel een aantal malen, met een geregelde tussentijd, op dezelfde plaats hoort, dan kun je ervan uitgaan dat de vogel daar broedt.

De eerste inventarisatieronde maakte ik op 4 maart. Het waren toen hoofdzakelijk de standvogels die de zang ten gehore brachten. Veel winterkoninkjes, roodborsten, pimpel- en koolmezen, vinken, groenlingen en samen maakten ze al een drukte van jewelste. De zang van de boomkruipers was te horen, er roffelde een grote bonte specht en hier en daar klonk het gezang van een merel.

Op een latere ronde arriveerde ik gelijk met een gaai.  Met zijn alarmkreet waarschuwde hij zijn makkers: pas op, bezoekers in het bos! Daarom bleef het een tijdje verdacht stil, maar ik hoorde toen des te beter de weidevogels rondom het bos. De wulpen jodelden, de tureluurs vlogen op, eenden kwaakten. Later op de ochtend kwam vanuit de richting Kornsche Boezem een bruine kiekendief aan, met alarmerende scholeksters en opvliegende kieviten tot gevolg. Op de Hillse kade hoorde ik houtduiven, mezen, vinken, groenlingen, een grote bonte specht en een torenvalk.  En vlakbij het Duyls hûske ontdekte ik vogels met warm oranje kleur op de borst, wat een prachtig gezicht: roodborsttapuiten.

Er zijn al weer wat trekvogels terug uit warmere oorden: de zwartkoppen zongen en de tjiftjaf. Kool- en pimpel- en staartmezen, roodborsten, winterkoninkjes, merels, een groep mussen en veel spreeuwen, zwarte kraaien, houtduiven vlogen af en aan . De zanglijster liet zich ook horen, maar ook de grote lijster en de grote bonte spechten roffelden, zelfs de snellere roffel van de middelste bonte specht hoorde ik. Wat een heerlijke wandeling, ik kijk uit naar de volgende soorten die terugkomen.

Wat een fijn verhaal zo hè, je beleeft het helemaal mee. Natuurlijk hebben we ook nog wat beelden, alleen zonder vogels, maar de zang staat er wel op, luister maar goed aan het einde.

Jammer dat de vogels zich verstopten wanneer de camera dichterbij kwam. Zelfs het echtpaar steenuil in de grote nestkast in de notenboom lieten alleen hun borst en poten zien toen Jan op de ladder klom om even onder hun dakje te kijken. Herkende je ook het fazantenei, het duivenei en ernaast de foto van een slordig duivennest; geen wonder dat dat eruit valt. En de eenden hebben ook al geen geluk, zodra ze even van hun nest op de composthoop gingen, toen Jan in de moestuin aan het werk was, was het al half leeggeroofd door de kraaien.

Zo ook het nestje van de staartmezen in de Taxus, zo jammer. Want wist je dat er 4000 schilfertjes, stukjes mos en blaadjes verwerkt zitten in zo’n nestje? Drie weken bouwen de staartmezen aan hun nestje, dan 2 weken broeden en 2 weken jongen voeren. Ik vermoed dat het weken kost voor ze weer op krachten zijn.

4 antwoorden op “Gevederde bewoners van het Bos”

  1. Echt zo jammer van het staartmezennestje! Je zou ze af en toe wat die kraaien.. maar goed, is de natuur. Geweldig de steenuiltjes! Wat een paradijsje is het. Dank je wel voor de vogelrondleiding xx

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.